mardo

Uit WikiWoordenboek

Ga naar: navigatie, zoeken

Esperanto

  enkelvoud meervoud
nominatief   mardo     mardoj  
accusatief   mardon     mardojn  

Zelfstandig naamwoord

mardo
  1. dinsdag; een dag van de week, dinsdag komt na maandag en voor woensdag
Aspecten/acties
Persoonlijke instellingen