lundo

Uit WikiWoordenboek

Ga naar: navigatie, zoeken

Esperanto

  enkelvoud meervoud
nominatief   lundo     lundoj  
accusatief   lundon     lundojn  

Zelfstandig naamwoord

lundo
  1. maandag; een dag van de week, maandag is de eerste dag na het weekend
Aspecten/acties
Persoonlijke instellingen