ĵaŭdo

Uit WikiWoordenboek

Ga naar: navigatie, zoeken

Esperanto

  enkelvoud meervoud
nominatief   ĵaŭdo     ĵaŭdoj  
accusatief   ĵaŭdon     ĵaŭdojn  

Zelfstandig naamwoord

ĵaŭdo
  1. donderdag; een dag van de week, donderdag komt na woensdag en voor vrijdag
Aspecten/acties
Persoonlijke instellingen