kwijtschelden
Uit WikiWoordenboek
Inhoud |
Nederlands
Uitspraak
Woordafbreking
- kwijt·schel·den
Woordherkomst en -opbouw
| stamtijd | ||
|---|---|---|
| onbepaalde wijs |
verleden tijd |
voltooid deelwoord |
| kwijtschelden |
schold kwijt |
kwijtgescholden |
| klasse 3 | volledig | |
Werkwoord
kwijtschelden
- (ditransitief) een schuld schrappen
- Ze kregen hun achterstallige betalingen gedeeltelijk kwijtgescholden.