kwijt

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Inhoud

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • kwijt
stellend
onverbogen kwijt
verbogen (alleen
predicaat)

Bijvoeglijk naamwoord

kwijt

  1. ~ + oorzakelijk voorwerp niet meer weten waar iets is
    Hij is zijn horloge kwijt.
Uitdrukkingen en gezegden
  • kwijt zijn
Vertalingen

Werkwoord

vervoeging van
kwijten

kwijt

  1. enkelvoud tegenwoordige tijd van kwijten
  2. gebiedende wijs van kwijten
Persoonlijke instellingen
Naamruimten

Varianten
Handelingen
Navigatie
Informatie
Zusterprojecten
Hulpmiddelen
In andere talen