kwijtgescholden
Uit WikiWoordenboek
Nederlands
Woordafbreking
- kwijt·ge·schol·den
Werkwoord
| vervoeging van |
|---|
| kwijtschelden |
kwijtgescholden
- voltooid deelwoord van kwijtschelden
| vervoeging van |
|---|
| kwijtschelden |
kwijtgescholden