kurk
Uit WikiWoordenboek
Inhoud |
Nederlands
Uitspraak
Woordafbreking
- kurk
| enkelvoud | meervoud | |
|---|---|---|
| naamwoord | kurk | kurken |
| verkleinwoord | kurkje | kurkjes |
Zelfstandig naamwoord
- een van kurk gemaakte soort afdichting voor flessen
- Door de late goal moesten de kurken nog even op de fles blijven.
Afgeleide begrippen
Verwante begrippen
Vertalingen
1. een van kurk gemaakte soort afdichting voor flessen
| enkelvoud | meervoud | |
|---|---|---|
| naamwoord | kurk | - |
| verkleinwoord | - | - |
Zelfstandig naamwoord
- licht, poreus materiaal, afkomstig van de kurkeik
- De hengel heeft een handgreep van kurk.
1. licht, poreus materiaal, afkomstig van de kurkeik
Meer informatie
- Zie Wikipedia voor meer informatie.