kritiek
Uit WikiWoordenboek
Inhoud |
Nederlands
Uitspraak
Woordafbreking
- kri·tiek
Woordherkomst en -opbouw
- Afkomstig van het Franse woord critique, dat uit het Grieks komt.
| 1 | enkelvoud | meervoud |
|---|---|---|
| naamwoord | kritiek | - |
| verkleinwoord | - | - |
Zelfstandig naamwoord
| 2 | enkelvoud | meervoud |
|---|---|---|
| naamwoord | kritiek | kritieken |
| verkleinwoord | kritiekje | kritiekjes |
kritiek v
- uitingen die een vraagteken plaatsen achter iemands gedrag of zienswijze
- Er kwam zware kritiek op het optreden van de troepen.
- een document dat kunstzinnig commentaar levert op een optreden, tentoonstelling, boek , film of andere kunstuiting
- Heb je de kritieken gelezen? Ze zijn erg positief.
Synoniemen
- [1] commentaar
- [2] recensie
Afgeleide begrippen
Uitdrukkingen en gezegden
- Storm van kritiek.
Vel kritiek.
Vertalingen
1. uitingen die een vraagteken plaatsen achter iemands gedrag of zienswijze
2. een document dat kunstzinnig commentaar levert op een optreden, tentoonstelling, boek , film of andere kunstuiting
| stellend | vergrotend | overtreffend | |
|---|---|---|---|
| onverbogen | kritiek | kritieker | kritiekst |
| verbogen | kritieke | kritiekere | kritiekste |
Bijvoeglijk naamwoord
kritiek
- op het scherp van de snede, met onzekere uitkomst, zeer ernstig
- De kritieke situatie in het buurland zorgde voor grote onrust.