commentaar
Uit WikiWoordenboek
Inhoud |
Nederlands
Uitspraak
Woordafbreking
- com·men·taar
| enkelvoud | meervoud | |
|---|---|---|
| naamwoord | commentaar | commentaren |
| verkleinwoord | - | - |
Zelfstandig naamwoord
- toelichting of verklaring
- De presentator gaf ons het nodige commentaar over de wedstrijd.
- kritiek.
- Hij had ontzettend veel commentaar op haar werk.
Vaste voorzetsels
- commentaar hebben op
Vertalingen
1. toelichting of verklaring