kortsluiten

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • kort·slui·ten
Woordherkomst en -opbouw
stamtijd
onbepaalde
wijs
verleden
tijd
voltooid
deelwoord
kortsluiten
sloot kort
kortgesloten
klasse 2 volledig

Werkwoord

kortsluiten

  1. (overgankelijk) (elektrotechniek) een voortijdige verbinding in een stroomkring maken die de belasting omzeilt
    De hevige regenval had de leiding kortgesloten en dit leidde tot het uitbreken van brand.
    kortsluiten bij Woordenboek der Nederlandse taal (1500 tot ...)
  2. snel iets in overeenstemming brengen met, snel iets afstemmen op
    kunnen we dit even kortsluiten?
Afgeleide begrippen