kortsluiten

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Inhoud

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • kort·slui·ten
stamtijd
onbepaalde
wijs
verleden
tijd
voltooid
deelwoord
kortsluiten
sloot kort
kortgesloten
klasse 2 volledig

Werkwoord

kortsluiten

  1. (overgankelijk) (techniek) een voortijdige verbinding in een strookring maken die de belasting omzeilt
    De hevige regenval had de leiding kortgesloten en dit leidde tot het uitbreken van brand.
Persoonlijke instellingen
Naamruimten

Varianten
Handelingen
Navigatie
Informatie
Zusterprojecten
Hulpmiddelen
In andere talen