kortsluiten
Uit WikiWoordenboek
Inhoud |
Nederlands
Uitspraak
Woordafbreking
- kort·slui·ten
| stamtijd | ||
|---|---|---|
| onbepaalde wijs |
verleden tijd |
voltooid deelwoord |
| kortsluiten |
sloot kort |
kortgesloten |
| klasse 2 | volledig | |
Werkwoord
kortsluiten
- (overgankelijk) (techniek) een voortijdige verbinding in een strookring maken die de belasting omzeilt
- De hevige regenval had de leiding kortgesloten en dit leidde tot het uitbreken van brand.