kortsluiting

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • kort·slui·ting
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord kortsluiting kortsluitingen
verkleinwoord

Zelfstandig naamwoord

kortsluiting v

  1. het plaatsvinden van een gewenste of ongewenste weerstandloze verbinding in een stroomkring
Vertalingen