kopiëren
Uit WikiWoordenboek
Inhoud |
Nederlands
Uitspraak
Woordafbreking
- ko·pië·ren, ko·pi·eren
| stamtijd | ||
|---|---|---|
| onbepaalde wijs |
verleden tijd |
voltooid deelwoord |
| kopiëren /kopij'ɪːrə(n)/ |
kopieerde /kopij'ɪːrdə/ |
gekopieerd /ɣəkopij'ɪːrt/ |
| zwak -d | volledig | |
Werkwoord
kopiëren
- (overgankelijk) een duplicaat maken van
- (overgankelijk) imiteren
Synoniemen
- [1] dupliceren
- [2] nabootsen, overnemen
Vertalingen
1. een duplicaat maken van