kopiëren

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • ko·pië·ren, ko·pi·eren
Woordherkomst en -opbouw
stamtijd
onbepaalde
wijs
verleden
tijd
voltooid
deelwoord
kopiëren
/kopij'ɪːrə(n)/
kopieerde
/kopij'ɪːrdə/
gekopieerd
/ɣəkopij'ɪːrt/
zwak -d volledig

Werkwoord

kopiëren

  1. (overgankelijk) een duplicaat maken van
  2. (overgankelijk) imiteren
Verwante begrippen
Hyponiemen
Afgeleide begrippen
Vertalingen

Meer informatie

Verwijzingen
  1. Wiktionnaire