namaken

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • na·ma·ken
Woordherkomst en -opbouw
  • Samenstelling van maken met het voorvoegsel na-
stamtijd
onbepaalde
wijs
verleden
tijd
voltooid
deelwoord
namaken
maakte na
nagemaakt
zwak -t volledig

Werkwoord

namaken

  1. (overgankelijk) imiteren van een reeds bestaand voorbeeld
    De pasjes werden erg professioneel nagemaakt.