koekoek
Uit WikiWoordenboek
Inhoud |
Nederlands
Uitspraak
Woordafbreking
- koe·koek
Woordherkomst en -opbouw
| enkelvoud | meervoud | |
|---|---|---|
| naamwoord | koekoek | koekoeken |
| verkleinwoord | koekoekje | koekoekjes |
Zelfstandig naamwoord
koekoek m
- (dierkunde) Cuculus canorus; naar zijn roep genaamde vogel.
Afgeleide begrippen
Vertalingen
1. naar zijn roep genaamde vogel
|
|
Meer informatie
- Zie Wikipedia voor meer informatie.