koekje
Uit WikiWoordenboek
Inhoud |
Nederlands
Uitspraak
Woordafbreking
- koek·je
| enkelvoud | meervoud | |
|---|---|---|
| naamwoord | - | - |
| verkleinwoord | koekje | koekjes |
Zelfstandig naamwoord
koekje o dim. tant.
- een klein baksel dat meestal bij de koffie of thee genuttigd wordt
- De jongens wilden graag een koekje hebben.
Overerving en ontlening
Vertalingen
1. een klein baksel dat meestal bij de koffie of thee genuttigd wordt
|
|
Meer informatie
- Zie Wikipedia voor meer informatie.