kaka

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Inhoud

Limburgs

Uitspraak
  • IPA: /ˈkaːkaː/ (Etsbergs)

Zelfstandig naamwoord

kaka m, v of o (geslachtsaanpasselijk)

  1. (Hooglimburgs) (kinderlijk) poep
Verbuiging



Noors

Uitspraak
Woordafbreking
  • ka·ka
Woordherkomst en -opbouw
  • (Bijvoeglijk naamwoord) voltooid deelwoord van kake.

Bijvoeglijk naamwoord

kaka

  1. gekoekt
Verbuiging

Werkwoord

kaka

  1. verleden tijd van kake
  2. voltooid deelwoord van kake

Zelfstandig naamwoord

kaka v

  1. nominatief bepaald enkelvoud van kake
Synoniemen


Nynorsk

Uitspraak
Woordafbreking
  • ka·ka
Woordherkomst en -opbouw
  • (Bijvoeglijk naamwoord) voltooid deelwoord van kaka / kake.
  • (werkwoord) afgeleid van het Oudnoorse woord kǫkukorn.

Bijvoeglijk naamwoord

kaka

  1. gekoekt
Verbuiging
stamtijd
onbepaalde
wijs
tegenwoordige
tijd
verleden
tijd
voltooid
deelwoord
kaka
kakar
kaka
kaka
Klasse 1 zwak

Werkwoord

kaka seg

  1. (wederkerend) koeken
Schrijfwijzen

Werkwoord

kaka

  1. verleden tijd van kake
  2. voltooid deelwoord van kake

Zelfstandig naamwoord

kaka v

  1. nominatief bepaald enkelvoud van kake
  2. (bijvorm) nominatief onbepaald enkelvoud van kake
Synoniemen
  • [2] (hoofdvorm) kake
Persoonlijke instellingen
Naamruimten

Varianten
Handelingen
Navigatie
Informatie
Zusterprojecten
Hulpmiddelen
In andere talen