klokhuis
Uit WikiWoordenboek
Inhoud |
Nederlands
Uitspraak
- IPA:
- (Nederland) /ˈklɔkɦœʏs/
- (Vlaanderen) /ˈklɔkɦœs/
Woordafbreking
- klok·huis
| enkelvoud | meervoud | |
|---|---|---|
| naamwoord | klokhuis | klokhuizen |
| verkleinwoord | klokhuisje | klokhuisjes |
Zelfstandig naamwoord
klokhuis o
- binnenste van een vrucht
- In het klokhuis van een appel bevinden zich de pitten.
Vertalingen
1. binnenste van een vrucht
Meer informatie
- Zie Wikipedia voor meer informatie.