klokhuis

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • klok·huis
enkelvoud meervoud
naamwoord klokhuis klokhuizen
verkleinwoord klokhuisje klokhuisjes

Zelfstandig naamwoord

klokhuis o

  1. binnenste van een vrucht
    In het klokhuis van een appel bevinden zich de pitten.
Vertalingen

Meer informatie