kapper
Uit WikiWoordenboek
Inhoud |
Nederlands
Uitspraak
Woordafbreking
- kap·per
Woordherkomst en -opbouw
- Naamwoord van handeling van kappen met het achtervoegsel -er
| enkelvoud | meervoud | |
|---|---|---|
| naamwoord | kapper | kappers |
| verkleinwoord | kappertje | kappertjes |
Zelfstandig naamwoord
kapper m
- (beroep) iemand die beroepsmatig de kapsels van mensen verzorgt, haarkapper
- iemand die kapt of hakt
- gereedschap dat kapt of hakt
- (voeding) (plantkunde) Capparis spinosa
een in Zuid-Europa voorkomende heester waarvan de ingelegde bloemknoppen worden gebruikt in o.m. kappertjessaus etc.
Synoniemen
Hyponiemen
Afgeleide begrippen
Verwante begrippen
Vertalingen
1.
Meer informatie
- Zie Wikipedia voor meer informatie.