intrusief

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • in·tru·sief
Woordherkomst en -opbouw
  • Afgeleid van het Engelse intrusive en van het Latijnse intrudere

Bijvoeglijk naamwoord

intrusief; op een wijze waarbij, zonder toestemming of daartoe geautoriseerd, uitgenodigd of welkom te zijn, wordt binnengedrongen, desnoods op slinkse wijze of met gebruik van geweld of hulpmiddelen

  1. intrusief; in relatie tot penetratietesten (ook wel: pentesten): op een wijze waarbij, al dan niet met gebruik van hulpmiddelen, wordt gepoogd kwetsbaarheden en/of zwakke plekken te benutten of uit te buiten, teneinde het bestaan onomstotelijk aan te tonen
Synoniemen
Antoniemen
Afgeleide begrippen
Verwante begrippen
  • In-, op-, binnendringend
Citaten
Spreekwoorden
Vertalingen
Verwijzingen

Meer informatie