inslapen
Uit WikiWoordenboek
Inhoud |
Nederlands
Uitspraak
Woordafbreking
- in·sla·pen
Woordherkomst en -opbouw
| stamtijd | ||
|---|---|---|
| onbepaalde wijs |
verleden tijd |
voltooid deelwoord |
| inslapen |
sliep in |
ingeslapen |
| klasse 7 | volledig | |
Werkwoord
inslapen
- (ergatief) in slapende toestand geraken
- Hij was blijkbaar met alle lichten en de televisie nog aan ingeslapen.
- (ergatief), (eufemisme) met een overdosis slaapmiddel een dier laten overlijden
- De hond leed aan een ernstige ziekte en zijn baasjes moesten hem daarom laten inslapen.
Vertalingen
1. in slapende toestand geraken
2. met een overdosis slaapmiddel een dier laten overlijden