inroepen

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Inhoud

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • in·roe·pen
stamtijd
onbepaalde
wijs
verleden
tijd
voltooid
deelwoord
inroepen
riep in
ingeroepen
klasse 7 volledig

Werkwoord

inroepen

  1. (overgankelijk) vragen of iemand tussenbeide of te hulp komt
    Zij hadden de hulp van de NATO ingeroepen.
Vertalingen
Persoonlijke instellingen
Naamruimten

Varianten
Handelingen
Navigatie
Informatie
Zusterprojecten
Hulpmiddelen
In andere talen