inroepen
Uit WikiWoordenboek
Inhoud |
Nederlands
Uitspraak
Woordafbreking
- in·roe·pen
Woordherkomst en -opbouw
| stamtijd | ||
|---|---|---|
| onbepaalde wijs |
verleden tijd |
voltooid deelwoord |
| inroepen |
riep in |
ingeroepen |
| klasse 7 | volledig | |
Werkwoord
inroepen
- (overgankelijk) vragen of iemand tussenbeide of te hulp komt
- Zij hadden de hulp van de NATO ingeroepen.