indelen

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Inhoud

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • in·de·len
stamtijd
onbepaalde
wijs
verleden
tijd
voltooid
deelwoord
indelen
deelde in
ingedeeld
zwak -d volledig

Werkwoord

indelen

  1. (overgankelijk) delen van een beschikbare ruimte toewijzen aan iets
    Zij hadden besloten de kamer anders in te delen.
Persoonlijke instellingen
Naamruimten

Varianten
Handelingen
Navigatie
Informatie
Zusterprojecten
Hulpmiddelen
In andere talen