delen

Uit WikiWoordenboek

Ga naar: navigatie, zoeken

Inhoud

Nederlands

  • IPA: 'de.lə(n)

Lettergrepen
de·len

Werkwoord

stamtijd
onbepaalde
wijs
verleden
tijd
voltooid
deelwoord
delen
deelde
gedeeld
volledig


delen
  1. samen met een ander gebruiken
    we delen een kamer
  2. in meer dan één stuk snijden of hakken
    Polen werd opnieuw gedeeld

Zelfstandig naamwoord

delen
  1. meervoud van deel.

Vertalingen
  • 1
  • 2
Aspecten/acties
Persoonlijke instellingen