hiel
Uit WikiWoordenboek
Inhoud |
Nederlands
Uitspraak
Woordafbreking
- hiel
| enkelvoud | meervoud | |
|---|---|---|
| naamwoord | hiel | hielen |
| verkleinwoord | hieltje | hieltjes |
Zelfstandig naamwoord
hiel m
- (anatomie) een enigszins uitstekend deel achteraan de voet
- dat wat de hiel bedekt
Synoniemen
Verwante begrippen
Spreekwoorden
De hielen lichten.
- Weggaan, vluchten.
Iemand op de hielen zitten.
- Iemand heel dicht volgen.
Vertalingen
1. een enigszins uitstekend deel achteraan de voet