herinneren

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • her·in·ne·ren
Woordherkomst en -opbouw
stamtijd
onbepaalde
wijs
verleden
tijd
voltooid
deelwoord
herinneren
herinnerde
herinnerd
zwak -d volledig

Werkwoord

herinneren

  1. (overgankelijk) opnieuw in gedachte brengen
    Dat herinnert mij aan de goede oude tijd.
  2. (wederkerend) zich ~: uit het geheugen opdiepen
    Hij kon zich die gebeurtenis niet herinneren.
    herinneren bij Woordenboek der Nederlandse taal (1500 tot ...)
Afgeleide begrippen
Vertalingen
Verwijzingen
  1. etymologiebank.nl