handig
Uit WikiWoordenboek
Inhoud |
Nederlands
Uitspraak
Woordafbreking
- han·dig
| stellend | vergrotend | overtreffend | |
|---|---|---|---|
| onverbogen | handig | handiger | handigst |
| verbogen | handige | handigere | handigste |
Bijvoeglijk naamwoord
handig
- goed met de handen om kunnen gaan
- Mijn handige buurman had de schutting snel geplaatst.
- gemakkelijk mee om te gaan
- Ik zal dat handige trucje zeker onthouden!
- Om 2 uur? Dat kan maar voor mij zou 4 uur handiger zijn.
Antoniemen
Vaste voorzetsels
- handig zijn in