handig

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • han·dig
Woordherkomst en -opbouw
stellend vergrotend overtreffend
onverbogen handig handiger handigst
verbogen handige handigere handigste

Bijvoeglijk naamwoord

handig

  1. goed met de handen om kunnen gaan
    Mijn handige buurman had de schutting snel geplaatst.
  2. gemakkelijk mee om te gaan
    Ik zal dat handige trucje zeker onthouden!
    Om 2 uur? Dat kan maar voor mij zou 4 uur handiger zijn.
Vaste voorzetsels
  • handig zijn in
Antoniemen
Hyponiemen
Afgeleide begrippen
Verwante begrippen
Vertalingen
Verwijzingen
  1. etymologiebank.nl