haag

Uit WikiWoordenboek

Ga naar: navigatie, zoeken

Inhoud

Nederlands

Uitspraak

Zelfstandig naamwoord

haag; afscheiding, bestaande uit kreupelhout of struikgewas

  1. haag; op een rij naast elkaar geplaatste personen of zaken
Verwante begrippen

heg, omheining

Vertalingen
Persoonlijke instellingen