haag

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • haag
enkelvoud meervoud
naamwoord haag hagen
verkleinwoord haagje haagjes

Zelfstandig naamwoord

haag v/m

  1. een afscheiding bestaande uit kreupelhout of struikgewas
  2. op een rij naast elkaar geplaatste personen of zaken
Verwante begrippen
Vertalingen