hagen
Uit WikiWoordenboek
Inhoud |
Nederlands
Woordafbreking
- ha·gen
Zelfstandig naamwoord
hagen mv
- meervoud van het zelfstandig naamwoord haag
Noors
Woordafbreking
- ha·gen
Zelfstandig naamwoord
hagen, m
- bepaalde vorm nominatief enkelvoud van hage
Nynorsk
Woordafbreking
- ha·gen
Zelfstandig naamwoord
hagen, m
- bepaalde vorm nominatief enkelvoud van hage