specialist
Uit WikiWoordenboek
Inhoud |
Nederlands
Uitspraak
- IPA: /ˈspesɪɑlɪst/
Woordafbreking
- spe·ci·a·list
Woordherkomst en -opbouw
| enkelvoud | meervoud | |
|---|---|---|
| naamwoord | specialist | specialisten |
| verkleinwoord | specialistje | specialistjes |
Zelfstandig naamwoord
specialist m
- persoon die ergens veel verstand van heeft
- arts die een bepaald onderdeel van de geneeskunde beoefent
Synoniemen
Antoniemen
Verwante begrippen
Vertalingen
1. persoon die ergens veel verstand van heeft
|
2. arts die een bepaald onderdeel van de geneeskunde beoefent
|
Meer informatie
- Zie Wikipedia voor meer informatie.
Engels
| enkelvoud | meervoud |
|---|---|
| specialist | specialists |
Zelfstandig naamwoord
specialist
- specialist (persoon met veel verstand van iets).
- specialist (gespecialiseerde arts).