gids

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • gids
enkelvoud meervoud
naamwoord gids gidsen
verkleinwoord gidsje gidsjes

Zelfstandig naamwoord

gids m

  1. een persoon die een groep begeleid en uitleg geeft
    De gids kon ons veel vertellen over de historie van de kerk.
  2. een tijdschrift dat uitleg geeft
    De gids bevatte veel zonnige afbeeldingen.
Vertalingen
Onderstaande vertalingen dienen nagekeken te worden en omgezet in de bovenstaande tabellen. Nummers na de vertalingen komen niet noodzakelijk overeen met de opgegeven definities. Voor meer uitleg zie WikiWoordenboek:Hoe vertalingen nakijken.


Afrikaans

enkelvoud meervoud
naamwoord gids gidse

Zelfstandig naamwoord

gids

  1. gids