ongewoon
Uit WikiWoordenboek
Inhoud |
Nederlands
Uitspraak
Woordafbreking
- on·ge·woon
Woordherkomst en -opbouw
| stellend | vergrotend | overtreffend | |
|---|---|---|---|
| onverbogen | ongewoon | ongewoner | ongewoonst |
| verbogen | ongewone | ongewonere | ongewoonste |
Bijvoeglijk naamwoord
ongewoon
- afwijkend van het normale
- De situatie nam een ongewone wending.
- De huisknecht van 'n aanstaande vrouwelijke professor vindt zelfs 't ongewoonste gewoon.[1]
- niet vaak voorkomend
- Usain Bolt leverde een ongewone prestatie op de Olympische Spelen in Peking.
Synoniemen
- [1] abnormaal
Antoniemen
Verwijzingen
- ↑ blz 124 Tooneel: Het wonderkind, De gescheiden tweeling, Levend speelgoed
Jan Feith
Uitgever S.L. van Looy, 1925