geblokt

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • ge·blokt

Deelwoord

deelwoord
onverbogen geblokt
verbogen geblokte
afgeleid van
blok

geblokt denominatief deelwoord afgeleid van het naamwoord blok

  1. met een blok patroon
    Bij de finish wordt gezwaaid met een zwart-wit geblokte vlag.
  2. lijkend op een blok
    De kogelstoter is groot en geblokt.
Vertalingen

Deelwoord

deelwoord
onverbogen geblokt
verbogen geblokte
vervoeging van
blokken

geblokt voltooid deelwoord van blokken

  1. vormt de voltooide tijden
    Hij heeft hard geblokt voor het examen.
  2. vormt de lijdende vorm
    Zijn schot werd geblokt door de keeper.
  3. attributief gebruikt
    Na een geblokt schot kwam de bal voor mijn voeten.