gedogen

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • ge·do·gen
stamtijd
onbepaalde
wijs
verleden
tijd
voltooid
deelwoord
gedogen
gedoogde
gedoogd
zwak -d volledig

Werkwoord

gedogen

  1. (overgankelijk) afzien van bestraffende of ondermijnende maatregelen
    De vraag is hoe lang het minderheidskabinet gedoogd gaat worden.