blok
Uit WikiWoordenboek
Inhoud |
Nederlands
Uitspraak
Woordafbreking
- blok
| enkelvoud | meervoud | |
|---|---|---|
| naamwoord | blok | blokken |
| verkleinwoord | blokje | blokjes |
Zelfstandig naamwoord
blok o
- een vaak hoekig massief stuk materiaal.
- Het blok viel vanaf een redelijke hoogte op zijn teen.
Vertalingen
Werkwoord
blok