blok
Uit WikiWoordenboek
Inhoud |
Nederlands
Uitspraak
Woordafbreking
- blok
| enkelvoud | meervoud | |
|---|---|---|
| naamwoord | blok | blokken |
| verkleinwoord | blokje | blokjes |
Zelfstandig naamwoord
[A] blok o
- een vaak hoekig massief stuk materiaal
- Het blok viel vanaf een redelijke hoogte op zijn teen.
- (techniek), (scheepvaart) een draaischijf waaromheen een touw kan worden gevoerd om een goede trekrichting te verkrijgen of om de benodigde trekkracht op het touw te verminderen, katrol
- Een takel kan uit één of meerdere blokken zijn samengesteld.
- (muziekinstrument) een onderdeel dat de buis van een eindgeblazen fluit afsluit en een luchtkanaal openlaat dat gericht is op het labium, de lip
- Het verwijderen en het weer plaatsen van het blok is een karweitje voor de vakman.
Synoniemen
Afgeleide begrippen
- [1] blokhut, blokkendoos, blokkenpatroon, haardblok, kaasblok
- [2] enkelschijfsblok, haakblok, jufferblok, staartblok, fokkeschootblok, luiwagenblok, vioolblok
Verwante begrippen
Vertalingen
1. een vaak hoekig massief stuk materiaal
Woordherkomst en -opbouw
- Verkorte vorm van blokkade
| enkelvoud | meervoud | |
|---|---|---|
| naamwoord | blok | bloks |
| verkleinwoord | blokje | blokjes |
Zelfstandig naamwoord
[B] blok o
- (wikitaal) het onbruikbaar maken van een account om een wikisite mee te bewerken
- Indien de meerderheid van de stemmen is uitgebracht voor handhaving van een blok, dan wordt het kortste blok opgelegd waarvoor het totaal van de stemmen voor dat blok, voor een korter blok of voor geheel opheffen van het blok, minimaal de helft van het totaal aantal uitgebrachte stemmen bedraagt.
Synoniemen
Afgeleide begrippen
Werkwoord
| vervoeging van |
|---|
| blokken |
blok