blok

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken
Een vier- en een enkelschijfblok

Inhoud

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • blok
enkelvoud meervoud
naamwoord blok blokken
verkleinwoord blokje blokjes

Zelfstandig naamwoord

[A] blok o

  1. een vaak hoekig massief stuk materiaal
    Het blok viel vanaf een redelijke hoogte op zijn teen.
  2. (techniek), (scheepvaart) een draaischijf waaromheen een touw kan worden gevoerd om een goede trekrichting te verkrijgen of om de benodigede trekkracht op het touw te verminderen, katrol
    Een takel kan uit één of meerdere blokken zijn samengesteld.
Synoniemen
Afgeleide begrippen
Verwante begrippen
Vertalingen



Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord blok bloks
verkleinwoord blokje blokjes

Zelfstandig naamwoord

[B] blok o

  1. (wikitaal) het onbruikbaar maken van een account om een wikisite mee te bewerken
    Indien de meerderheid van de stemmen is uitgebracht voor handhaving van een blok, dan wordt het kortste blok opgelegd waarvoor het totaal van de stemmen voor dat blok, voor een korter blok of voor geheel opheffen van het blok, minimaal de helft van het totaal aantal uitgebrachte stemmen bedraagt.
Synoniemen
Afgeleide begrippen

Werkwoord

vervoeging van
blokken

blok

  1. eerste persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van blokken
    Ik blok.
  2. gebiedende wijs van blokken
    Blok!
  3. (bij inversie) tweede persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van blokken
    Blok je?
Persoonlijke instellingen
Naamruimten

Varianten
Handelingen
Navigatie
Informatie
Zusterprojecten
Hulpmiddelen
In andere talen