blokken

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • blok·ken
stamtijd
onbepaalde
wijs
verleden
tijd
voltooid
deelwoord
blokken
/ˈblɔkə(n)/
blokte
/ˈblɔktə/
geblokt
/ɣəˈblɔkt/
zwak -t volledig

Werkwoord

blokken

  1. (inergatief) heel hard studeren
    Voor dit tentamen heeft hij drie weken lang onafgebroken geblokt.
  2. (sport) tegenhouden, blokkeren
Hyperoniemen
Afgeleide begrippen
Vertalingen

Zelfstandig naamwoord

blokken mv

  1. meervoud van het zelfstandig naamwoord blok
Verwante begrippen