blokken
Uit WikiWoordenboek
Inhoud |
Nederlands
Uitspraak
- Geluid: Bestand bestaat nog niet. Aanmaken?
- IPA:
- (Noord-Nederland): /ˈblɔkə(n)/
- (Vlaanderen, Brabant, Limburg): /ˈblɔkə(n)/
Woordafbreking
- blok·ken
| stamtijd | ||
|---|---|---|
| onbepaalde wijs |
verleden tijd |
voltooid deelwoord |
| blokken /ˈblɔkə(n)/ |
blokte /ˈblɔktə/ |
geblokt /ɣəˈblɔkt/ |
| zwak -t | volledig | |
Werkwoord
blokken
- (inergatief) heel hard studeren
- Voor dit tentamen heeft hij drie weken lang onafgebroken geblokt.
- (sport) tegenhouden, blokkeren
Hyperoniemen
Afgeleide begrippen
- [1] blokbeest
Vertalingen
Zelfstandig naamwoord
blokken mv
- meervoud van het zelfstandig naamwoord blok