gap
Uit WikiWoordenboek
Inhoud |
Nederlands
Woordafbreking
- gap
Werkwoord
| vervoeging van |
|---|
| gappen |
gap
- eerste persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van gappen
- Ik gap.
- gebiedende wijs van gappen
- Gap!
- (bij inversie) tweede persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van gappen
- Gap je?
Engels
Uitspraak
| enkelvoud | meervoud |
|---|---|
| gap | gaps |
Zelfstandig naamwoord
gap