ga
Uit WikiWoordenboek
Inhoud |
Nederlands
Uitspraak
- IPA:
- (Noord-Nederland): /χa/
- (Vlaanderen, Brabant, Limburg): /ɣa/
Woordafbreking
- ga
Werkwoord
| vervoeging van |
|---|
| gaan |
ga
- eerste persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van gaan
- Ik ga.
- gebiedende wijs van gaan
- Ga!
- (bij inversie) tweede persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van gaan
- Ga je?
- aanvoegende wijs van gaan
Ewe
Zelfstandig naamwoord
ga
Noors
Woordafbreking
- ga
| Naar frequentie | 282 |
|---|
Werkwoord
ga
- verleden tijd van gi