falla

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Inhoud

Faeröers

Werkwoord

falla

  1. vallen


IJslands

stamtijd
onbepaalde
wijs
verleden tijd Supinum
3e pers enk. 1e pers mv.
falla féll féllum fallið
volledig

Werkwoord

falla

  1. vallen
  2. vermoord worden
  3. stromen


Spaans

Werkwoord

vervoeging van
fallar

falla

  1. derde persoon enkelvoud tegenwoordige tijd (presente) van fallar.
  2. gebiedende wijs (bevestigend) tweede persoon enkelvoud tegenwoordige tijd (presente) van fallar.


Zweeds

Uitspraak
Woordafbreking
  • fal·la
stamtijd
infinitief verleden
tijd
voltooid
deelwoord
falla
föll
fallit
volledig

Werkwoord

falla

  1. vallen
Persoonlijke instellingen
Naamruimten

Varianten
Handelingen
Navigatie
Informatie
Zusterprojecten
Hulpmiddelen
In andere talen