fabriceren
Uit WikiWoordenboek
Inhoud |
Nederlands
Uitspraak
- Geluid: fabriceren (hulp, bestand)
Woordafbreking
- fa·bri·ce·ren
Woordherkomst en -opbouw
| stamtijd | ||
|---|---|---|
| onbepaalde wijs |
verleden tijd |
voltooid deelwoord |
| fabriceren |
fabriceerde |
gefabriceerd |
| zwak -d | volledig | |
Werkwoord
fabriceren
- (overgankelijk) een product door middel van werktuigen bewerken of vervaardigen [2]
- Ze gingen samen het werkstuk fabriceren.
Synoniemen
Hyponiemen
Afgeleide begrippen
Vertalingen
1. een product door middel van werktuigen bewerken of vervaardigen
|