ergernis
Uit WikiWoordenboek
Inhoud |
Nederlands
Uitspraak
Woordafbreking
- er·ger·nis
| enkelvoud | meervoud | |
|---|---|---|
| naamwoord | ergernis | ergernissen |
| verkleinwoord | ergernisje | ergernisjes |
Zelfstandig naamwoord
ergernis v
- een zaak die gevoelens van onvrede oproept
- De ergernis deed hem rood aanlopen.