erfelijk
Uit WikiWoordenboek
Inhoud |
Nederlands
Uitspraak
Woordafbreking
- er·fe·lijk
Woordherkomst en -opbouw
| stellend | |
|---|---|
| onverbogen | erfelijk |
| verbogen | erfelijke |
| partitief | erfelijks |
Bijvoeglijk naamwoord
erfelijk
- (medisch) wat op genetische wijze door nazaten verkregen kan worden
- Er zijn veel erfelijke ziektes.
- (leenstelsel) overdraagbaar op de oudste zoon, of meestal bij het ontbreken daarvan op de oudste dochter
- Het stadhouderschap werd met Willem IV erfelijk.
Vertalingen
1. wat op genetische wijze door nazaten verkregen kan worden
2. overdraagbaar op de oudste zoon, of meestal bij het ontbreken daarvan op de oudste dochter
Meer informatie
- Zie Wikipedia voor meer informatie.