enthousiast
Uit WikiWoordenboek
Inhoud |
Nederlands
Uitspraak
- Geluid: enthousiast (hulp, bestand)
- IPA:
- (Noord-Nederland): /ˌɑn.ty.ˈʒɑst/, /ˌɑn.tu.ˈʒɑst/
- (Limburg): /ɛntuˈʒɑs/
Woordafbreking
- en·thou·si·ast
Woordherkomst en -opbouw
- Afkomstig van het Griekse ἐνθουσιαστικός (door een god bezeten of buiten zinnen zijn)
| stellend | vergrotend | overtreffend | |
|---|---|---|---|
| onverbogen | enthousiast | enthousiaster | meest enthousiast |
| verbogen | enthousiaste | enthousiastere | meest enthousiaste |
Bijvoeglijk naamwoord
enthousiast
- hartstochtelijk, met geestdrift
- De enthousiaste aanhangers bleven hun ploeg de hele wedstrijd toejuichen.
Synoniemen
Antoniemen
Verwante begrippen
Vertalingen
1. hartstochelijk, met geestdrift
| enkelvoud | meervoud | |
|---|---|---|
| naamwoord | enthousiast | enthousiasten |
| verkleinwoord | enthousiastje | enthousiastjes |
Zelfstandig naamwoord
enthousiast m
- iemand die over iets of iemand geestdriftig is (vaak gebruikt als tweede deel van een samengesteld begrip)
- De eerste enthousiasten waren al twee uur voor de voorstelling aanwezig.
- De voetbalenthousiast bekeek elke wedstrijd drie keer op televisie.
Synoniemen
- enthousiasteling (op zichzelf staand)
- fanaat (in samenstellingen)