enthousiast

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • en·thou·si·ast
Woordherkomst en -opbouw
stellend vergrotend overtreffend
onverbogen enthousiast enthousiaster meest enthousiast
verbogen enthousiaste enthousiastere meest enthousiaste

Bijvoeglijk naamwoord

enthousiast

  1. hartstochtelijk, met geestdrift
    De enthousiaste aanhangers bleven hun ploeg de hele wedstrijd toejuichen.
Synoniemen
Antoniemen
Verwante begrippen
Vertalingen
enkelvoud meervoud
naamwoord enthousiast enthousiasten
verkleinwoord enthousiastje enthousiastjes

Zelfstandig naamwoord

enthousiast m

  1. iemand die over iets of iemand geestdriftig is (vaak gebruikt als tweede deel van een samengesteld begrip)
    De eerste enthousiasten waren al twee uur voor de voorstelling aanwezig.
    De voetbalenthousiast bekeek elke wedstrijd drie keer op televisie.
Synoniemen
Vertalingen