eind

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • eind
enkelvoud meervoud
naamwoord eind einden
verkleinwoord eindje eindjes

Zelfstandig naamwoord

eind o

  1. een afstand van beperkte lengte
    Hij liep een eind en keerde dan weer terug.
  2. daar waar iets ophoudt, het uiterste deel van iets
    Het eind van de film was erg voorspelbaar.
Synoniemen
Afgeleide begrippen
Vertalingen

Meer informatie


Afrikaans

enkelvoud meervoud
naamwoord eind einde

Zelfstandig naamwoord

eind

  1. eind