eind
Uit WikiWoordenboek
Inhoud |
Nederlands
Uitspraak
- Geluid: eind (hulp, bestand)
- IPA:
- (Noord-Nederland): /ɛɪ̯nt/, /æɪ̯nt/
- (Vlaanderen, Brabant): /ɛːnt/
- (Limburg): /ɛɪ̯nd/
Woordafbreking
- eind
| enkelvoud | meervoud | |
|---|---|---|
| naamwoord | eind | einden |
| verkleinwoord | eindje | eindjes |
Zelfstandig naamwoord
eind o
- een afstand van beperkte lengte
- Hij liep een eind en keerde dan weer terug.
- daar waar iets ophoudt, het uiterste deel van iets
- Het eind van de film was erg voorspelbaar.
Synoniemen
Afgeleide begrippen
Vertalingen
Meer informatie
- Zie Wikipedia voor meer informatie.
Afrikaans
| enkelvoud | meervoud | |
|---|---|---|
| naamwoord | eind | einde |
Zelfstandig naamwoord
eind