afdwalen
Uit WikiWoordenboek
Inhoud |
Nederlands
Uitspraak
Woordafbreking
- af·dwa·len
Woordherkomst en -opbouw
| stamtijd | ||
|---|---|---|
| onbepaalde wijs |
verleden tijd |
voltooid deelwoord |
| afdwalen |
dwaalde af |
afgedwaald |
| zwak -d | volledig | |
Werkwoord
afdwalen
- het juiste pad kwijt raken
- Zijn gedachten dwaalden af onder het monotone betoog van de gastspreker.