druppel

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • drup·pel
Woordherkomst en -opbouw
  • afgeleid van drup met het achtervoegsel -el [1] en volgens regel 2.B[2]
enkelvoud meervoud
naamwoord druppel druppels
verkleinwoord druppeltje druppeltjes

Zelfstandig naamwoord

druppel m

  1. kleine hoeveelheid vloeistof die niet in contact is met een andere vloeistof
Afgeleide begrippen
Vertalingen

Werkwoord

vervoeging van
druppelen

druppel

  1. eerste persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van druppelen
    Ik druppel.
  2. gebiedende wijs van druppelen
    Druppel!
  3. (bij inversie) tweede persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van druppelen
    Druppel je?

Meer informatie

Verwijzingen
  1. etymologiebank.nl
  2. [1] Taalunieversum » leidraad » verdubbeling van medeklinkers