drop
Uit WikiWoordenboek
Inhoud |
Nederlands
Uitspraak
Woordafbreking
- drop
| enkelvoud | meervoud | |
|---|---|---|
| naamwoord | drop | drops |
| verkleinwoord | dropje | dropjes |
Zelfstandig naamwoord
- zwart gekleurd snoepgoed gemaakt van o.a. zoethoutextract, bindmiddel, suiker. (jap: Vlaams).
- (badminton) slag waarmee de shuttle vlak achter het net wordt gespeeld
- Vandaag gaan we trainen op de drop, een speler speelt enkel drops, de andere speler gaat lobben.
Vertalingen
zwart gekleurd snoepgoed
slag waarmee de shuttle vlak achter het net wordt gespeeld
Werkwoord
| vervoeging van |
|---|
| droppen |
drop
- eerste persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van droppen
- Ik drop.
- gebiedende wijs van droppen
- Drop!
- (bij inversie) tweede persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van droppen
- Drop je?
Meer informatie
- Zie Wikipedia voor meer informatie.
Engels
Zelfstandig naamwoord
drop
Werkwoord
to drop