conjunctief

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • con·junc·tief
Woordherkomst en -opbouw
  • afgeleid van conjunctie (met het voorvoegsel con-) met het achtervoegsel -ief
  • afgeleid van het Latijnse 'coniunctivus'
enkelvoud meervoud
naamwoord conjunctief conjunctieven
verkleinwoord

Zelfstandig naamwoord

conjunctief m

  1. (taalkunde) een werkwoordswijs waarmee men een wens, onzekerheid of mogelijkheid tot uitdrukking kan brengen
    Lang leve de koningin!
Synoniemen
Paroniemen
Antoniemen
Vertalingen
stellend
onverbogen conjunctief
verbogen conjunctieve

Bijvoeglijk naamwoord

Niet in de woordenlijst van de Taalunie (als bijvoeglijk naamwoord)
conjunctief

  1. zonder bepaalde aspecten uit te sluiten (verbindend)
Verwante begrippen


Meer informatie