conjunctuur

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • con·junc·tuur
enkelvoud meervoud
naamwoord conjunctuur conjuncturen
verkleinwoord - -

Zelfstandig naamwoord

conjunctuur v

  1. (economie) de verandering van het groeipercentage van de economie of de productie op de korte termijn
    Aandacht voor de conjunctuur in de media en de academische wereld schommelt net zo sterk als de conjunctuur zelf.[1]
Hyponiemen
Afgeleide begrippen
Paroniemen
Vertalingen

Meer informatie

Verwijzingen
  1. eco.rug.nl