modus
Uit WikiWoordenboek
Inhoud |
Nederlands
Uitspraak
Woordafbreking
- mo·dus
Woordherkomst en -opbouw
| enkelvoud | meervoud | |
|---|---|---|
| naamwoord | modus | modi |
| verkleinwoord | - | - |
Zelfstandig naamwoord
modus m
- wijze, manier
- (grammatica) grammaticale categorie waarmee de relatie wordt aangegeven tussen een werkwoord en de werkelijkheid
- (filosofie) hoedanigheid, toestand of wijziging van iets
- (juridisch) last, verplichting
- (muziek) toonladder als schema voor de vorming van een melodie
- (statistiek) binnen een frequentieverdeling van een statistische variabele de waarde of klasse met de grootste frequentie
Hyponiemen
Verwante begrippen
- [2] indicatief, conjunctief, voorwaardelijke wijs, gebiedende wijs, onbepaalde wijs, deelwoord, supinum, gerundium en gerundivum
Vertalingen
Meer informatie
- Zie Wikipedia voor meer informatie.