coach

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Nederlands

Woordafbreking
  • coach

Werkwoord

vervoeging van
coachen

coach

  1. eerste persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van coachen
    Ik coach.
  2. gebiedende wijs van coachen
    Coach!
  3. (bij inversie) tweede persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van coachen
    Coach je?
Persoonlijke instellingen
Naamruimten

Varianten
Handelingen
Navigatie
Informatie
Zusterprojecten
Hulpmiddelen
In andere talen